Docent Uitgelicht: Jeroen van Dongen

‘Ik hoop dat het bevrijdend is om te leren dat wetenschap mensenwerk is’

6 december 2016

Natuurkundige en wetenschapshistoricus Jeroen van Dongen (IoP) doet onderzoek naar de geschiedenis en filosofie van gravitatie. Samen met Rens Bod (ILLC) en Julia Kursell (FGW) is hij directeur van het UvA-brede Vossius Centre for History of Humanities and Sciences. Hij geeft onderwijs op het gebied van wetenschapsgeschiedenis en -filosofie voor de bacheloropleidingen Scheikunde en Natuur- en Sterrenkunde, en de honoursmodule The Science and Life of Albert Einstein.

De ideale wetenschapper

Wat is de ideale wetenschapper? Deze vraag loopt als een rode draad door Van Dongens  bachelorvak History and Philosophy of Science. ‘Het is een vraag die je heel goed kunt historiseren. Wat zijn de eigenschappen van een goede wetenschapper en hoe zijn de ideeën hierover veranderd over tijd? Maar het is ook een manier om studenten te confronteren met wat zij veronderstellen dat wetenschap is en hen kritisch te laten kijken naar waar ze zelf mee bezig zijn.’

Objectiviteit

De vraag komt ook op in Van Dongens eigen onderzoek, waarin hij zich onder andere bezighoudt met ‘epistemische deugden’: morele kwaliteiten die de mens tot kennis brengen. ‘Neem bijvoorbeeld objectiviteit: dat  ideaal is pas halverwege de negentiende eeuw ontstaan en heeft sindsdien ook weer andere verschijningsvormen gekregen. Ik vind het zelf heel interessant om inzicht te krijgen in dat soort processen en hoe die het onderwijs, onderzoek en dus ook de kennis die we vergaren beïnvloeden.’

dongen-jeroen-van-docent-uitgelicht-dec2016_liesbeth-dingemans

Foto: Liesbeth Dingemans

Geen automatische piloot

‘Het onderwerp laat zich ook heel concreet vertalen naar vragen over hoe je experimenteert of welke soort weergave van het heelal je inzichtelijk vindt, bijvoorbeeld,’ vervolgt Van Dongen. ‘Door studenten dit soort vragen te stellen probeer ik ze mee te nemen in de dilemma’s die ik zelf ervaar in mijn onderzoek.’ Dat doet hij om zowel de studenten als zichzelf op scherp te zetten: ‘Ik vind vernieuwen om het vernieuwen onzin, want  soms zijn colleges nadat ze vijf, zes jaar lopen pas echt goed.  Maar je moet er wel voor waken dat je als je docent geen automatische piloot ontwikkelt en dat doe je door intensief met studenten te interageren.’

Veeleisend en motiverend

Discussie heeft een belangrijke plek in deze interactie, zegt van Dongen. ‘Jezelf verhouden tot een welbedoeld, kritisch engagement van de docent is wat mij betreft een karakteristieke eigenschap van wetenschappelijke vorming.’ Hij haalt zijn eigen ervaring aan als student in een vak van Sander Bais, (inmiddels) emeritus hoogleraar Theoretische Natuurkunde aan de FNWI. ‘Hij was enorm streng en veeleisend, maar motiverend tegelijkertijd. We moesten sommen maken waar we niet uitkwamen, en waar de promovendi die ons begeleidden ook niet altijd uitkwamen. Veel bètaonderwijs is ingericht met het idee dat er een vraag is en een antwoord, en dat bleek ineens niet zo te zijn. Maar dat was wel het moment dat ik als student naar een hoger plan werd getild.’

Mensenwerk

Van Dongen probeert zijn studenten mee te geven dat niets vanzelfsprekend is in wetenschap. ‘Ik denk dat soms uit het oog verloren wordt dat wetenschap mensenwerk is. Het idee dat er een enkelvoudig juiste methode is die enkelvoudig juiste antwoorden oplevert  en dat het niet uitmaakt wie ze toepast, dat is een impliciet beeld dat je als student per ongeluk mee zou kunnen krijgen, maar dat niet stoelt op de waarheid. Er bestaan gewoon verschillen van mening, juist aan het voorfront van de wetenschap. En ik denk, ik hóóp, dat als die boodschap aankomt bij studenten, dat het ook een beetje bevrijdend en inspirerend kan zijn.’ 

Gepubliceerd door  Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica