Door Jaap Rothuizen
22 september 2026
Ondanks een vertraagde start werden we hartelijk ontvangen door Reindert Augustijn in de Statenzaal van het provinciehuis in Arnhem – precies de plek waar landbouwbeleid wordt besproken en waar een dag later boeren met trekkers voor de deur zouden protesteren. Na een korte introductie vertrokken we naar Zevenaar, waar de aandacht verschoof van beleidsvorming naar de dagelijkse landbouwpraktijk.
Vooraf bereidden de studenten hun interviews zorgvuldig voor. Natuurlijk inhoudelijk: welke uitdagingen ervaren boeren, en welke mogelijkheden zien zij voor verduurzaming en natuurinclusieve landbouw? Maar ook methodologisch: hoe voer je een open gesprek met iemand die anders over landbouw of natuur denkt dan jij? En hoe bouw je een goede relatie – ofwel rapport – op met je gesprekspartner?
Met regenjassen, notitieblokken en veel vragen trokken de studenten de volgende dag de omgeving in. Het werd, net als het weer, een dag van ‘four seasons in one day’. De bezochte bedrijven liepen sterk uiteen: van varkenshouderijen en conventionele melkveebedrijven tot een biologische tuinderij en een oesterzwammenkwekerij. Ook de gesprekken verschilden in toon. Studenten werden vaak gul en open ontvangen, maar ervoeren soms ook conservatieve opvattingen en, helaas, openlijk racistische opmerkingen. Die verschillen maakten de uiteenlopende perspectieven en spanningen in de landbouwpraktijk zichtbaar.
In de gesprekken kwamen ook veel vergelijkbare zorgen en wensen naar voren. Boeren ervaren de hoeveelheid regelgeving als complex en moeilijk te doorgronden; sommigen hebben zelfs externe adviesbureaus nodig om er kaas van te maken. Daarnaast leeft er een sterke behoefte aan duidelijk en stabiel langetermijnbeleid. Tegelijkertijd gaven boeren aan dat rigide regels en de vaststaande landbouwkalender weinig ruimte laten om in te spelen op natuurlijke dynamiek of lokale kennis. Zij willen meer flexibiliteit, vertrouwen en inspraak bij beleid dat direct invloed heeft op hun werk en bedrijf.
Met hier en daar een lichte kater presenteerden de studenten hun bevindingen de volgende dag aan Weldmoed Rijpkema van Natuurinclusieve Landbouw Gelderland. Zij herkende veel van de observaties en benadrukte het belang van lokale netwerken en samenwerking. Na twee intensieve dagen keerden de studenten terug naar Amsterdam, met genoeg materiaal om verder na te denken over governance en systemische verandering in de landbouw. Gelukkig is dat precies de titel van het vak dat zij momenteel volgen. En waar het beleid en het spoor soms behoorlijk kunnen vastlopen, liet deze excursie zien dat nieuwsgierige studenten zich niet zo gemakkelijk laten saboteren.