Wat drijft jou als hoogleraar Rechtsfilosofie en Beroepsethiek voor Juristen?
Binnen mijn leerstoel kijk ik naar het recht en de rechtspraktijk vanuit de filosofie.
Ik probeer daarbij altijd de meer fundamentele filosofische vragen te combineren met toegespitste kwesties die spelen in de alledaagse rechtspraktijk. In Nederland, maar ook in internationale context, is er steeds meer aandacht voor wat je vanuit een ethisch oogpunt mag verwachten van juristen. Denk aan de klimaatcrisis, het vraagstuk van belastingontwijking, burgergericht werken, de toegang tot recht, het proces van rechtsstaat erosie en natuurlijk ook de opmars van AI.
Tegen deze achtergrond heb ik aan onze faculteit de afgelopen jaren samen met collega’s een samenhangend ethiekprogramma ontwikkeld dat verschillende vakken en disciplines omvat. Ik wil op deze manier onder andere bijdragen aan de vorming van verantwoordelijke juristen, juristen die op een betekenisvolle manier kunnen nadenken over de relevante ethische kwesties die spelen op de werkvloer. In een vak besteden we bijvoorbeeld specifiek aandacht aan de ethische aspecten van het werk van juristen in grote organisaties. Denk aan een ministerie, een uitvoeringsorganisatie zoals het UWV of de IND of een Zuidas-kantoor. Ik vind het mooi te zien dat mijn faculteit in het onderwijs zoveel ruimte biedt voor ethiek, dat is niet overal vanzelfsprekend.
Hoe is het IP Fellows programma van het IIS op je pad gekomen?
Het IP-Fellowship sluit eigenlijk naadloos aan bij de onderwijsvernieuwing waar ik de afgelopen jaren mee bezig ben geweest. Het helpt me om de onderwijsambities die ik al had verder vorm te geven en om deze ook van betekenis te laten zijn voor de UvA als geheel. Het programma duurt een jaar, dus er is geen tijd om lang aan de tekentafel te blijven hangen. Sowieso ben ik in de loop der jaren steeds meer gaan geloven in de waarde van een ‘bottom-up’ aanpak van onderwijsvernieuwing met wat minder tijd en geld naar heidagen en ontwerpsessies die soms ver afstaan van de concrete onderwijsrealiteit. Ik werk graag aan onderwijsvernieuwing on the spot, op de plekken waar de ruimte, visie en positieve energie van mensen al aanwezig zijn. Samen met enthousiaste collega’s onderwijs ontwikkelen en meteen uitproberen en van daaruit steeds weer een stapje verder, dat noem ik soms gekscherend ‘bottom-up to the top’. Bij dit fellowship ben ik ook vrij snel aan de slag gegaan met de daadwerkelijke ontwikkeling.
Waar ben je nu mee bezig?
Concreet ben ik bezig met drie projecten. Het eerste project is net afgerond, met een mooi resultaat. We hebben met een klein projectteam met vakinhoudelijke mensen en onderwijsexperts een reflectieboekje ontwikkeld: ‘Jurist vanaf dag 1. Ethische Reflecties voor de Toekomst’ voor het eerstejaars vak Juridische Beroepen en Beroepsethiek dat rond de 600 rechtenstudenten volgen. Hierin wordt inhoudelijke stof over beroepsethiek gekoppeld aan meer reflectieve en persoonlijke vragen. Wat betekent dit inzicht voor jou, hoe kijk jij tegen een bepaalde wetenschappelijke discussie, wat neem jij hiervan mee? Met dit reflectieboekje beogen we het proces dat onderwijsfilosoof Gert Biesta ‘subjectificatie’ noemt in het eerste jaar van de rechtenopleiding een echte kickstart te geven. Dit is een proces waarbij een student zich op gezette tijden afvraagt: hoe verhoud ik mij in relatie tot de wereld? Ik denk dat rechtenfaculteiten hier een belangrijke maatschappelijke taak te vervullen hebben, zij leiden de juristen van de toekomst op. Wat mij betreft zou iedere opleiding bij deze dimensie van onderwijs nog wat meer stil kunnen staan.
Het reflectieboekje is ook bedoeld om het laptopvrije onderwijs te ondersteunen. Laptopvrij onderwijs houdt in dat studenten tijdens werkgroepen geen laptop gebruiken, zodat er meer ruimte is voor focus, schrijven met pen en papier, en actieve deelname aan discussies. Het reflectieboekje biedt daarbij handvatten, juist zonder scherm. We beogen met het eerstejaars ethiek vak ethische reflectie en kritisch denken te stimuleren. Dat kan natuurlijk alleen met voldoende momenten van verstilling en focus. Door studenten tijdens de werkgroepen in het boekje te laten schrijven met pen en papier hopen we daaraan bij te dragen. We zijn nog niet zo lang bezig, maar we krijgen wel al positieve reacties. Er is meer concentratie en meer mogelijkheid om echt met elkaar in gesprek te gaan.
Het reflectieboekje heb ik ontwikkeld samen met Imber van Dijk (TLC-FdR), Wytze Schaap (FdR), Machiel Keestra (IIS) en Jasper ter Schegget (IIS). We hopen dat het een prototype kan zijn voor andere faculteiten, het zou in ieder geval mooi zijn als deze methode kan bijdragen aan meer reflectie en dus meer subjectificatie binnen het hele UvA onderwijs. Ook om daarmee verder handen en voeten te geven aan het academisch burgerschap, een van de speerpunten van de UvA onderwijsmissie. Ik ben daarbij wel voorstander van een geïntegreerde benadering waarin cognitie en affectief leren echt samengaan. Dit zijn wat mij betreft uiteindelijk geen gescheiden domeinen.
Hoe ziet het tweede project waar je aan werkt eruit?
De uiteindelijke ambitie was om een UvA-breed keuzevak Ethisch Meesterschap te ontwikkelen voor masterstudenten en professionals, zodat zij als co-learners met en van elkaar kunnen leren. Daarvoor heb ik nu alvast als pilot ons mastervak ‘Advocatuur en beroepsethiek’ opengesteld voor professionals. Ik ben ook met collega’s van andere faculteiten in gesprek om te kijken of en hoe we dit UvA-brede ethiek vak stapsgewijs zouden kunnen realiseren. Ik denk dat de universiteit, juist door haar onafhankelijkheid en afstand tot de alledaagse werkvloer, een belangrijke meerwaarde kan hebben voor ethiekonderwijs voor professionals.
En je derde project?
Ik houd mij als onderdeel van mijn IP-fellowship ook bezig met het stageonderwijs aan onze faculteit, vanuit het idee dat de toegang tot het recht al aan de rechtenfaculteit begint. We willen in ons curriculum studenten meer in aanraking laten komen met de juridische beroepen die gericht zijn op gewone burgers. Ook bij dit project ben ik aan het kijken hoe dit kan bijdragen aan de missie van de UvA als geheel. Ik denk bijvoorbeeld dat het opzetten van een UvA-breed stagebureau dat ondersteuning biedt aan alle stagevakken binnen de UvA ook een mooie vorm kan zijn om het IP-thema van een fair and resilient society binnen het onderwijs verder gestalte te geven.
Hoe ervaar je het fellowsprogramma?
Heel positief! Je doet je eigen projecten maar komt regelmatig met de andere IP-fellows samen om ideeën uit te wisselen. Dat is inspirerend. We hebben maar een jaar de tijd, dus we focussen ons echt op wat we kunnen doen in zo’n korte periode, en het is leuk om zo innovatief en echt vanuit inspiratie en visie met een fantastisch ondersteunend team vanuit IIS bezig te zijn. Normaal gesproken gaat er bij een projectvoorstel meer tijd zitten in de voorbereidende fase, hier kon ik gesteund door de mensen vanuit IIS gelijk gaan pilotten. Echt ‘learning by doing’ dus.
Wat zijn je uiteindelijke doelen?
Ik hoop vooral dat het onderwerp subjectificatie binnen de UvA hoog op de onderwijsagenda komt te staan. Studenten hebben hier behoefte aan, de huidige generatie is bewuster bezig met hoe ze willen leven, volgens welke waarden, en hoe je je verhoudt tot wat er speelt in de wereld. Alle UvA studenten hebben straks als professional een rol te vervullen in de samenleving waarin grote uitdagingen spelen. Tegen het einde van mijn fellowship zou ik nog graag een symposium organiseren over subjectificatie in academisch onderwijs. Wat voor professional wil ik zijn en wat is de rol van de universiteit bij deze vraag voor studenten? Dat is de kern van mijn fellowship.
Stay tuned, want binnenkort gaan we ook met de andere IP-fellows in gesprek over hun projecten en ervaringen binnen het IP Fellowship!