Kun je iets over jezelf vertellen?
Mijn naam is Henk Volberda en ik ben hoogleraar strategie en innovatie aan de Amsterdam Business School van de UvA. Daarnaast ben ik directeur van het Amsterdamse Centre for Business Innovation, waar we meer toegepast onderzoek doen. Hierbij kan je bijvoorbeeld denken aan de jaarlijkse innovatiemonitor voor Economische Zaken, de monitor Ondernemingsklimaat voor de Tweede Kamer en het ministerie van Economische zaken. We zijn ook het partner instituut van het World Economic Forum, waar we Nederlandse data voor verzamelen voor bijvoorbeeld het Global Risk Report en Global Gender Report.
Ik leid het groepje Innovation and Digital binnen de Amsterdam Business School en geef onderwijs op het gebied van digitale transformatie. We hebben net een nieuwe master opgezet: Strategy and AI Transformation. Verder doceer ik strategie in de fulltime en executive MDA, heb ik wat bestuurlijke functies en ben ik nu dus actief in het fellowship.
Jij hoeft je niet te vervelen! Hoe is het IP Fellowship op jouw pad gekomen?
Ik maakte onderdeel uit van de eerste stuurgroep Responsible Digital Transformation. Dat was vooral gericht op stimulering van interdisciplinair onderzoek, onderwijs stond daar iets minder hoog op de agenda. Omdat ik zelf betrokken ben bij verschillende onderwijsvormen binnen de Amsterdam Business School leek het mij interessant om die interdisciplinariteit in het onderwijs meer op te zoeken. Binnen digitale transformaties ligt het accent de laatste tijd vooral op AI, en dat is een veelkoppig monster. Daar kan je bij uitstek interdisciplinair naar kijken: bij de Business School richten wij ons op hoe bedrijven AI kunnen toepassen, maar het is ook heel interessant om de maatschappelijke, juridische en ethische aspecten hiervan onder de loep te nemen. Daarom wilde ik graag deelnemen aan het fellowship.
Heb je een voorbeeld van waar je nu mee bezig bent?
Ja, ik hou me nu veel bezig met hoe bedrijven AI adopteren. Dan wordt er vooral gefocust op het technologische aspect, maar dat is eigenlijk pas het begin. Uit recent onderzoek van MIT blijkt dat 95% van alle AI adopties op dit moment falen. Dat is natuurlijk ontzettend veel. Nieuwe digitale technologie brengt onzekerheid met zich mee: wat betekent het voor mijn werk? Wordt ik overbodig? Hoe ziet mijn baan er in de toekomst uit?
Goed leiderschap is hierin essentieel. In het traditionele bedrijfsmodel is er vooral sprake van een kennishiërarchie waarbij de leider de meeste kennis heeft. Met AI wordt deze hele piramide omgedraaid. Organisaties veranderen van gefragmenteerde silo’s naar platte netwerkorganisaties. Ik kijk vooral daar naar, maar je kan natuurlijk ook naar de ethische aspecten kijken. Stel dat een arts AI gebruikt voor het scannen van tumoren, en de arts ontdekt de tumor niet maar AI wel, dan wordt er niet gevraagd naar de transparantie en het ethische aspect. Maar als de overheid jou geen toelage geeft en iemand anders wel, op basis van een algoritme, dan wil je wel dat dit transparant en verklaarbaar is.
Hoe kijk jij nu naar de ontwikkeling van AI?
De opkomst van AI heeft zowel een bright als een dark side. Als je het hebt over de bright side, kun je bijvoorbeeld naar het arbeidstekort kijken. Dat is op dit moment in Nederland historisch hoog. AI kan er potentieel voor zorgen dat we met minder mensen meer werk kunnen doen. Aan de andere kant merken we dat steeds meer mensen simpele taken overlaten aan AI. Dat betekent dat de meer complexe taken overblijven. Recent onderzoek van de Boston Consulting Group laat zien dat dit kan leiden tot “AI brain fry”, oftewel een mentale vermoeidheid die ontstaat door overmatig gebruik van, interactie met en/of toezicht op AI-tools, waardoor de cognitieve capaciteit van een persoon wordt overschreden, Deze zogenaamde oververhitting van de hersenen kan ervoor zorgen dat de productiviteit van medewerkers juist afneemt en leiden tot meer stress, ziekteverzuim en burn-outs.
Denk je dat dit de reden is dat 95% van alle AI adopties op dit moment falen?
Klopt, er wordt vaak te veel vanuit één discipline gekeken waardoor andere aspecten over het hoofd worden gezien. Ik hanteer graag de 75-25 regel gebaseerd op de onderzoeksbevindingen va de Nederlandse Innovatie Monitor. 25% van het succes bij innovatie wordt bepaald door investeringen in nieuwe technologieën, maar die andere 75% wordt bepaald door leiderschap, de manier van organiseren, inrichten van de arbeid en co-creatie met stakeholders. Ik noem dit ook wel de schijf van 5 van innovatie; alle 5 determinanten van innovatie zijn belangrijk, maar in de praktijk zien we vaak een eenzijdige focus op technologie. Dit wordt ook wel de “technology fallacy” genoemd. Het gevolg is dat veel technologische inventies in de la liggen en nooit leiden tot daadwerkelijke innovatie.
Het lijkt wel alsof we elke keer weer in diezelfde valkuil vallen. We denken dat het genoeg is om ergens veel geld in te pompen, in dit geval in AI, en dat het dan vanzelf winstgevend wordt. Dat is te simpel gedacht.
Is dit in het verleden ook gebeurd met andere technologische innovaties?
Jazeker, dit was bijvoorbeeld ook bij de komst van IT. We zitten op dit moment in de vierde industriële revolutie. Eerst had je de eerste industriële revolutie gebaseerd op de stoommachine, de tweede revolutie was die van de elektriciteit, de derde de opkomst van IT en nu zitten we in de vierde revolutie: die van kunstmatige intelligentie.
We weten nu nog niet zo goed wat de effecten daarvan gaan zijn, maar er is wel altijd een aantal vaste patronen te herkennen. In het begin van een revolutie is er sprake van overdreven hoge verwachtingen, de zogenaamde hype cycle. Dat zag je bijvoorbeeld ook heel duidelijk bij de opkomst van blockchain. De verwachting was toen zelfs dat banken overbodig zouden worden. Inmiddels is wel gebleken dat dit absoluut niet het geval is.
Moeten mensen zich zorgen maken om hun baan in de toekomst?
Uiteindelijk zie je juist dat elke industriële revolutie op de lange termijn tot nieuwe banen en netto meer werk leidt. Ik werk mee aan het World Economic onderzoek naarr de Future of Jobs gebaseerd op een grote survey onder grote bedrijven in 45 landen. Daar kijken we elke twee jaar weer vijf jaar vooruit. Voor 2030 verwachten we dat ongeveer 8% van de banen verloren gaat, maar dat daar 14% aan nieuwe banen bijkomt. Daarnaast verwachten we dat in 2030 een derde van het werk nog puur mensenwerk is. Een derde zal “augmentation” zijn, dus dat mensen samenwerken met een algoritme of robot, en het laatste derde deel zal volledig geautomatiseerd zijn. Op dit moment is ongeveer de helft van al het werk nog puur mensenwerk, dus dat is een flinke verschuiving.
Wat ben je met dit thema aan het doen binnen het IP Fellowship?
Ik wil graag een nieuwe onderwijsvorm ontwikkelen die kan worden toegepast binnen verschillende masters. Daarom ben ik bezig met een master insert, Responsible Digital Transformation. Dit wordt een 6 ECT verkorte leergang voor masterstudenten en professionals. Om te beginnen wil ik het inbedden in de masterprogramma’s van de FEB, FMG en FR. De UvA beschikt over fantastische hoogleraren die ik graag wil inzetten voor dit programma, in combinatie met praktijksprekers. Het is mijn droom om een onderwijsvorm te ontwikkelen waarin facultaire hoogleraren gekoppeld worden aan junior docenten. Het is natuurlijk al wel meer dan een droom, ik heb al met verschillende mensen gesproken en het lijkt erop dat we dit programma vrij soepel kunnen gaan integreren.
En hier wil je dus ook professionals bij betrekken?
Ja, klopt. Gemeentes, overheid, bedrijven, uiteindelijk hebben ze allemaal met dezelfde vraagstukken te maken. Het is voor studenten goed om te ervaren hoe professionals hier mee om gaan. Hoe we dit precies gaan vormgeven moet ik nog uitzoeken, maar ik weet dat het vaker wordt gedaan op de UvA. Als we een aantrekkelijk programma opzetten, is het ook voor professionals heel interessant om te volgen.
Hoe heeft het Fellowship je geholpen bij het opzetten van deze master insert?
Om eerlijk te zijn was ik niet bekend met het concept van een master insert. Binnen het fellowship heb ik twee buddies die me op dit idee hebben gebracht, dus dat is ontzettend nuttig geweest. Een master insert is eigenlijk een stukje vrije ruimte. Het moet interdisciplinair zijn, zodat het voor alle studenten relevant is. Als we bijvoorbeeld willen dat UvA studenten meer kennis vergaren op het gebied van Responsible Digital Transformation, dan moet dat in meerdere programma’s aan bod komen. We willen hierin ook zeker interactie tussen studenten en professionals aan bod laten komen en ze bijvoorbeeld laten werken met actuele issues die faculteit overstijgend zijn. De centrale vraag die we ons willen stellen in deze master insert is: hoe kunnen we zo profiteren van digitale technologieën zodat ze leiden tot economische als zowel maatschappelijke waarde, terwijl we blijven zorgen voor bescherming van mensenrechten en publieke waarden? Dit is dus een brede aanpak.
Hoe werkt dit dan precies, niet elke master heeft extra vrije ruimte toch?
Klopt, dat maakt het uitdagend. Bij de FEB is er bijvoorbeeld wel ruimte in de projecten die je kan doen, daar zou die master insert goed in passen. Met de FR en FMG ben ik nog aan het onderzoeken hoe we dit kunnen inrichten. Ik hoor vooral positieve geluiden dus ik heb er vertrouwen in dat dit gaat lukken. Als dit uiteindelijk succesvol blijkt te zijn, kunnen we het breder trekken naar de rest van de UvA. Ik hoop dat we misschien volgend jaar januari al kunnen starten.
Daarna moeten we gaan nadenken over de duurzame implementatie ervan. Ik heb nu een format gemaakt, maar dit moet natuurlijk wel duurzaam opgepakt worden in de toekomst. Binnen ‘mijn’ faculteit kom ik er wel, maar tussen de faculteiten is het altijd wat lastiger.
Het IP Fellowship is de perfecte ruimte om hier mee te starten. Binnen het Fellowship kijken we ook goed naar hoe we dit interdisciplinair kunnen neerzetten. We gaan niet elke week een ander onderwerp pakken en dat uitlichten, dan wordt het eerder multidisciplinair. We willen echt naar een interdisciplinaire aanpak waarbij we alle facetten van een vraagstuk bekijken en integreren met elkaar. Dat samenwerken van verschillende disciplines, dat is de toekomst.